clock

22 juni, 2018

Folder

blogs

comment

0 reactie

Meertaligheid: hoe en wat?

Wat is meertaligheid?

Wereldwijd groeien er meer kinderen meertalig op dan eentalig. In Nederland zou ongeveer 20% van de kinderen meertalig opgroeien. Een kind is meertalig als het afwisselend één of meerdere talen gebruikt in de communicatie met anderen. Hierbij gaat het niet om de beheersing van de taal maar om het gebruik ervan. Je bent dus ook meertalig als je één taal vloeiend spreekt en een andere taal alleen begrijpt. Meertaligheid kunnen we onderverdelen in twee verschillende soorten: simultane meertaligheid en sequentiële meertaligheid. Simultane meertaligheid houdt in dat een kind vanaf de geboorte meerdere talen aangeboden krijgt. Vader heeft dan bijvoorbeeld Berber als moedertaal en moeder Nederlands. Bij Sequentiële meertaligheid leert een kind vanaf de geboorte één taal en krijgt het op latere leeftijd een tweede taal aangeboden. Bijvoorbeeld als een kind op latere leeftijd naar Nederland verhuisd en hier het Nederlands begint te leren. De grens wordt hierbij vaak getrokken bij 3 jaar. Dan is de basis voor de taalontwikkeling gelegd. Begint een kind dus met het leren van een nieuwe taal na 3 jarige leeftijd, dan spreken we van Sequentiële Meertaligheid.

Hoe leert een kind een taal?

Kinderen jonger dan 3 jaar leren een taal nog vlot.  Ze zijn nog volop aan het ontdekken en ontwikkelen. Jonge kinderen leren veel nieuwe woorden en de basisprincipes van een taal. Bij deze kinderen is het vooral belangrijk dat zij worden ondergedompeld in de tweede taal. Dit kan bijvoorbeeld met prentenboeken, spelmateriaal, het kijken van filmpjes en talige apps.

Als jonge kinderen van 3 tot 6 jaar tweede taal naast de moedertaal leren noemen we dit vroeg sequentiele taalverwerving.  We kunnen bij deze jonge kinderen  niet verwachten dat zij een tweede taal binnen korte tijd vloeiend beheersen. Het kan wel drie tot vijf jaar duren voor een vroeg sequentieel meertalig kind een tweede taal helemaal onder de knie heeft. Het leren van een tweede taal gaat niet vanzelf. Ze maken vaak nog fouten in de tweede taal. Deze fouten worden vaak veroorzaakt door de verschillen met de moedertaal. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de woordvolgorde van zinnen in de moedertaal anders is dan in de tweede taal.

Sommige kinderen zijn ouder dan 6 jaar wanneer ze een tweede taal beginnen te leren. Dit noemen we een late sequentiele taalverwerving. Deze kinderen hebben vaak vijf tot zeven jaar nodig om de tweede taal te leren. Ze kunnen de taal die ze al beheersen gebruiken om de nieuwe taal te leren. Ze hebben, in tegenstelling tot jongere kinderen, bijvoorbeeld al de woordenschat om te weten hoe voorwerpen heten en kunnen leren hoe deze voorwerpen in de tweede taal heten. Oudere kinderen leren een tweede taal het beste als zij veel herhalingsoefeningen doen,  expliciete uitleg krijgen, en leren vanuit boeken.

Voor het leren van meerdere talen zijn factoren zoals de aanleg voor het leren van een taal, de intelligentie van een kind en een rijk taalaanbod met veel interactie met het kind van belang. Goed taalaanbod vanuit ouders zorgt ervoor dat een kind een taal goed leert. Het is dan ook belangrijk dat ouders met hun kind spreken in de taal die zij vloeiend spreken.  Daarnaast is het voor een goede ontwikkeling van de tweede taal beter om de moedertaal te behouden.

 Taalontwikkelingsstoornis en taalachterstand

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een taalachterstand en een taalontwikkelingsstoornis. Dat een kind er wat langer over doet om een tweede taal te leren wil niet meteen betekenen dat er sprake is van een taalontwikkelingsstoornis. We spreken van een taalachterstand als de moedertaal van een kind zich goed ontwikkelt maar de tweede taal achterblijft. Van een taalontwikkelingsstoornis is sprake als er zowel in de moedertaal als in de tweede taal sprake is van een stoornis. Er is dan in beide talen sprake van een vertraagde én afwijkende taalontwikkeling. Je herkent een taalstoornis bijvoorbeeld aan het laat beginnen met de eerste woordjes, veel tijd nodig hebben voordat de eerste zinnetjes worden gezegd, slecht verstaanbaar spreken, het maken van grammaticale fouten zoals het vervoegen van werkwoorden, en moeite hebben met het voeren van een gesprekje in zowel de moedertaal als de tweede taal. Bij kinderen die op 5 jarige leeftijd nog moeite hebben met het maken van samengestelde zinnen in zowel de moedertaal als de tweede taal kan bijvoorbeeld sprake zijn van een taalontwikkelingsstoornis. Kinderen beginnen namelijk tussen 3 en 4 jaar met het maken van samengestelde zinnen. Het is echter belangrijk om meertalige kinderen niet met eentalige Nederlands sprekende kinderen te vergelijken. Geeft meertalige kinderen de tijd om een tweede taal onder de knie te krijgen. Ze mogen best nog fouten maken!

Heb je vragen over de meertalige opvoeding van je kind of twijfels over de taalontwikkeling? Laat een reactie achter of neem vrijblijvend contact op!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright Taalreis 2016 | sitemap