clock

24 januari, 2017

Folder

blogs

comment

0 reactie

De stille periode: drukker dan je denkt

Adil zit op zijn knieën in de bouwhoek. Geconcentreerd stapelt hij het ene blok op het andere; hij bouwt een toren. Als zijn blokken bijna op zijn, vraag jij, zijn juf, of hij nog meer blokken wil. Adil kijkt even op, gooit dan zijn toren omver, veegt de blokken bij elkaar en begint opnieuw te bouwen. Adil zit nu 5 weken op de basisschool en heeft nog niets gezegd. Een situatie die je misschien wel herkent?

Veel meertalige kinderen die niet vanaf de geboorte Nederlands krijgen aangeboden, maken hetzelfde mee als Adil. We noemen dit ‘de stille periode’. Adil komt uit een Marokkaans gezin. Zijn vader werkt veel en zijn moeder zorgt thuis voor de kinderen. Thuis spreekt het gezin Arabisch, dat is zijn moedertaal. Een nieuwe school, een nieuwe taal. En jij als leerkracht met je handen in het haar.

Adil gaat nu 5 weken naar een Nederlandse school. Op de Nederlandse school praat iedereen de hele dag Nederlands. Adil vindt het grappig klinken, maar hij heeft geen idee wat al die geluiden betekenen. Soms herkent hij zijn naam tussen al die gekke geluiden, maar wat hij dan moet gaan doen? Geen idee. Adil wil graag alles goed doen en daar heeft hij iets op bedacht. Adil luistert goed naar de juf. Als de juf klaar is met vertellen, wacht hij even af wat de andere kinderen gaan doen. Als de andere kinderen hun stoel oppakken en in de kring gaan zitten, dan doet Adil dat ook. Als de kinderen hun jas gaan pakken, dan doet Adil dat ook. Als de kinderen in de kring zitten en ze zingen dat liedje met de gebaren, dan is het tijd om te eten. Alle kinderen gaan na het liedje hun eten en drinken uit hun tas pakken. Adil weet waar de WC is, dus daar loopt hij gewoon zelf naar toe. De juf zegt dan weleens wat tegen hem, maar wat ze precies zegt, weet hij niet.

Sommige woordjes snapt Adil wel een beetje, want die hoort hij heel vaak. ‘Werken’ is als iedereen iets moet gaan doen. Adil wacht dan tot zijn juf hem aan de goede tafel zet. ‘Buiten’ is als iedereen op het schoolplein mag spelen, dat vindt hij fijn. Op ‘School’ hebben ze ook ‘Bal’, net als thuis, daar kun je tegenaan trappen. Adil wordt erg moe van al het luisteren, om de woordjes die hij kent tussen alle rare geluiden te herkennen. Adil zegt nog maar even niets.

Als ik een voorstelling moet maken hoe Adil een dag op school ervaart, dan zou die er ongeveer uit zien zoals hierboven. Ik vind de term ‘stille periode’ dan ook dubbelzinnig. Vanbuiten ziet het er misschien stil uit, maar vanbinnen moet het behoorlijk rumoerig zijn. Wist je dat het tot wel zes maanden kan duren voordat kinderen als Adil Nederlands gaan spreken? Tot wel zes maanden voordat ze genoeg Nederlandse taal tot hun beschikking hebben. Voordat ze zich zeker genoeg voelen over hun eigen kennis van de Nederlandse taal om wat te zeggen. Ik snap dat wel. Ik doe de dingen ook graag in één keer goed. Net als jij waarschijnlijk. Maar hoe doe je het goed voor Adil?

Geduld

Voor ieder kind is de eerste kennismaking met de Nederlandse taal een andere ervaring. Ieder kind gaat anders om met het leren van een nieuwe, vreemde taal. Sommige kinderen zullen meteen gaan uitproberen. Andere kinderen wachten liever af tot ze het onder de knie hebben. Voor jou als leerkracht een flinke uitdaging, want hoe kun je deze kinderen helpen als je niet weet hoe zij een nieuwe taal leren? Een ‘stille periode’ zal een behoorlijk beroep doen op jouw geduld als leerkracht.

Tips

Daarom hierbij wat tips om je op weg te helpen. Je weet nu dat een ‘stille periode’ tot wel zes maanden kan duren. Gun het kind dus vooral de tijd. Benoem het niet-spreken niet in zijn bijzijn. Vraag niet om een antwoord tijdens het kringgesprek, mijn ervaring is dat de drempel dan alleen maar hoger wordt. Kies liever een momentje een-op-een. Ondersteun wat je zegt met een boek, plaatje of gebaar. Veel gebaren, bijvoorbeeld ‘eten’ en ‘drinken’, beelden een actie uit en die zijn in de meeste talen hetzelfde. Je hoeft daarvoor helemaal geen gebarencursus te doen, doe wat in je opkomt, zoals ook jij in een vreemd land met handen en voeten spreekt. En misschien nog wel het belangrijkst: beloon alle pogingen tot communicatie. Een positieve reactie van jou doet heel veel.

Adil zit op zijn knieën in de bouwhoek. Geconcentreerd stapelt hij het ene blok op het andere, hij bouwt een toren. Als zijn blokken bijna op zijn, komt zijn juf bij hem zitten. Zijn juf pakt een blok van de grond, laat deze aan Adil zien en vraagt ‘nog één’? Ze steekt daarbij haar wijsvinger op en kijkt vragend. Adil kijkt even op, zijn juf geeft hem het blok. Dit doet ze een paar keer achter elkaar. De vierde keer laat zijn juf alleen het blok zien. Adil steekt zijn wijsvinger op en kijkt zijn juf vragend aan ‘een?’ zegt hij. Zijn juf reageert enthousiast en zegt: ‘Goed gevraagd!’ Adil zit nu zes weken op school, het begin is gemaakt!

Heb jij ook weleens een kind zoals Adil in de klas gehad? Weet je nog wanneer hij of zij begon te praten? Hoe heb jij dat kind geholpen? Ik ben heel benieuwd hoe je het hebt aangepakt en wat het resultaat was.


Deze blog is geschreven door Yvonne van Essen. Yvonne is Labelmanager bij Taalreis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright Taalreis 2016 | sitemap